Juridische route en bewijsmiddel bepalen juridische bodemstrategie

Om gebiedseigen grond toe te kunnen passen moet duidelijk zijn welke juridische route daarvoor nodig is. Breng daarom in beeld welke instrumenten en besluiten nodig zijn om de beoogde toepassing mogelijk te maken. Denk aan het milieuhygiënische bewijsmiddel, een bodembeheergebied, maatwerkvoorschriften, afspraken via het projectbesluit of toepassing binnen bestaande regelgeving.

Bepaal welk milieuhygiënisch bewijsmiddel het best past om grond binnen het project te gebruiken of af te zetten, bijvoorbeeld waterbodemonderzoek, partijkeuring volgens BRL 9335-2 of een (water)bodemkwaliteitskaart. Een bodemkwaliteitskaart kan grondstromen beter inzichtelijk maken en lokale toepassingen mogelijk maken. Onderzoek of zo’n kaart voor het projectgebied meerwaarde heeft ten opzichte van de andere bewijsmiddelen. Kijk daarbij niet alleen naar de chemische bodemkwaliteit, maar ook naar de fysische en geologische eigenschappen en de toepassingsmogelijkheden van grond.

Wil het project klei opwaarderen door partijen te mengen? Dat is onder de huidige regelgeving niet toegestaan als de partijen een verschillende milieukwaliteit hebben. Verken vroeg of dit via maatwerkregels mogelijk is, waarbij de beheerder het mengverbod onder voorwaarden opheft.

Leg ook vast of een aangepaste grens tussen landbodem en waterbodem wordt onderzocht en of een bodembeheergebied nodig is om maatwerk mogelijk te maken. Start tijdig met de voorbereiding van een bodemkwaliteitskaart of bodembeheergebied, omdat voorbereiding en vaststelling veel tijd kunnen vragen. Door de juridische route vroeg uit te werken kunnen de benodigde procedures op tijd worden gestart.