
Voer een omgevingsscan uit op programma- en riviertakniveau
Vraag en aanbod van grond stoppen niet bij de grenzen van een HWBP-project. In dezelfde regio kunnen andere projecten actief zijn die grond nodig hebben of juist grond vrijmaken. Zoom daarom eerst uit naar de hele riviertak (hoogste niveau) en kijk verder dan het eigen beheergebied. Met een omgevingsscan wordt onderzocht welke ontwikkelingen in het gebied spelen en waar kansen liggen om vraag (grondbehoefte) en aanbod (grondoverschot) van grond aan elkaar te koppelen. Kijk daarbij onder meer naar Ruimte voor de Rivier 2.0, KRW- en PAGW-projecten, projecten van Rijkswaterstaat en andere waterschappen, gebiedsontwikkelingen en mogelijkheden om geschikte grondstoffen zoals klei of zand te winnen. Ga ook na of projecten met een overschot en een tekort aan grond in één scope kunnen worden samengebracht. Organiseer dit met een brede groep, inclusief bevoegd gezag zoals provincies en gemeenten.
Breng ook in beeld waar reserves aan geschikte grondstoffen liggen. Als een gebied na inrichting bijvoorbeeld de bestemming natuur krijgt, kunnen deze reserves later vaak niet meer worden benut.
Voor de uitvoering van de een omgevingsscan op riviertakniveau is de Factsheet Kansenscan (POV DGG) beschikbaar. Deze beschrijft een mogelijke werkwijze, informatiebronnen en voorbeelden uit de praktijk. Het resultaat geeft een kansenkaart die inzicht geeft in kansrijke grondstromen, mogelijke koppelkansen en aandachtspunten voor vervolgonderzoek. De kansenscan wordt opgebouwd op drie niveaus: riviertakniveau, gebiedsniveau en projectniveau. Het riviertakniveau wordt uitgewerkt in deze stap. Hierna volgt het gebiedsniveau, beide passen het best vóór de verkenning. Het projectniveau volgt in de verkenning, als de scope is vastgesteld. Per niveau wordt de beschikbare informatie verder verdiept en worden onzekerheden verkleind. De scan is maatwerk en groeit mee met het project. Naarmate meer informatie beschikbaar komt, kan de kansenkaart worden aangevuld, verfijnd en opnieuw worden gebruikt bij ontwerpkeuzes en gesprekken met gebiedspartners.